De Stichting Sierk Schröder is de auteursrechthebbende op alle kunstwerken van Sierk Schröder

Home | Biografie | Lezingen

Lezingen / betogen / interviews
 

Sierk Schröder (1903-2002)

Lezingen / betogen / interviews

Opening van de tentoonstelling In huiselijke kring in Raadhuis 'De Paauw'.
Door J. Poort, april 1998

Sierk Schröder werd op 6 april 1903 op Ambon geboren. Zijn opleiding kreeg hij op de Koninklijke Haagse Academie die hij van 1922 tot 1925 bezocht en voltooide in Parijs. Terug in Nederland verwierf hij verschillende prijzen waaronder de Koninklijk Subsidie, de Therèse van Duyl-Schwartze-Portretprijs, de Jacob Maris-materiaalprijs en de Jacob Hartogprijs. Zijn buitengewoon talent voor het portret bezorgde hem vele opdrachten in binnen- en buitenland.

In 1960 werd hij hoogleraar in de vrije Schilderkunst aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Hij had al les gegeven aan de academie in Den Haag en hij hield van lesgeven en de contacten met jong talent.

Ondanks de vele verplichtingen die het portretschilderen en het doceren met zich meebrachten, bleef hij trouw aan wat hij zijn 'vrije werk' noemt. Zijn onderwerpen zijn wisselend, evenals zijn technieken. Een bijzonder deel van dit vrije werk vormen zijn tekeningen, studies en schetsen. Er waren regelmatig exposities in binnen- en buitenland.

In 1968 nam Sierk afscheid van de Rijksacademie. Het was een tijd waarin zich grote veranderingen aankondigden op maatschappelijk gebied en dus ook bij het onderwijs. Het leerde Sierk wel een en ander over de aan hem toevertrouwde jonge mensen, die toen geen behoefte meer hadden aan de nodige technische kennis en die zich liever bezig hielden met experimenten.

Ik vond in de NRC van enkele weken geleden een verhaal van Bierens over beeldende kunst. Een verhaal dat mij even deed denken aan ontwikkelingen in de kunst die zich in de Amsterdamse tijd van Sierk ook aandienden. Bierens vergelijkt daarin de beeldende kunst met andere kundigheden zoals natuurkunde, de bouwkunst e.a. en zegt dan:
Ik citeer: Bouwen is na al die eeuwen nog steeds een vak, een kunde die aanleg en oefening vereist. Dat kan van kunst maken niet gezegd worden. Kunst maken, wat destijds ook een vak was, is intussen fundamenteel van karakter veranderd. Dat geldt met name voor de beeldende kunst, waaraan in onze dagen geen enkele concrete, vooraf geformaliseerde eis meer wordt gesteld.
In vrijwel alle andere takken van kunst bestaan nog minimale voorwaarden waaraan degenen die ze willen beoefenen moeten voldoen: een musicus moet een toonladder kunnen spelen, een acteur een tekst kunnen onthouden, een schrijver woorden kunnen spellen, een filmer door een camera kunnen kijken en een danser een lenig lichaam hebben. Een beeldend kunstenaar daarentegen hoeft niet meer a priori iets duidelijks te kunnen, hij hoeft bijvoorbeeld geen perspectief meer te kunnen tekenen. Zolang die werkstukken maar vertoond worden binnen de muren van het museum of de galerie, zolang ze maar gecanoniseerd worden door de diepzinnige vaagheden van de kunstfilosofen en de verminkte wetenschapstermen van de tentoonstellingsmakers. Zolang begrijpt iedereen wel wat het is: beeldende kunst namelijk.

Tot zover de ontboezeming van Berens over de ontwikkeling in de beeldende kunst waar Sierk het helemaal mee eens is: Anatomie en kunstgeschiedenis zijn overbodig geworden.

Na zijn Amsterdamse periode vond Sierk in 1974 een atelier in Den Haag, in de Korte Houtestraat. Een oud Patriciërshuis met lichte, goed geproportioneerde kamers waar hij de bovenverdieping ook als eigen expositiezaal kon gebruiken. Er volgt een periode van enorme productiviteit, zowel op portretgebied als op zijn zgn. 'vrije werk'.
In dit atelier heb ik Sierk meerdere malen opgezocht aan het einde van een werkdag. Ik herinner mij nog een discussie over abstracte kunst waarbij hij de stelling verdedigde dat ook de abstract werkende kunstenaar niet zonder een gedegen kennis van het menselijk lichaam zijn werk kon maken. 'Oh, Johan', riep hij dan uit 'de meesten kunnen niet eens een hand tekenen'.

Dick Stapel, de zojuist gekozen voorzitter van het schilderkundig genootschap Pulchri Studio, een groot bewonderaar van Sierk, zei eens: Als je werk van Sierk bekijkt, zie je dat de constructie altijd goed is, zowel van het schilderij als van de figuur.
Over Pulchri gesproken: Sierk volgt met belangstelling de nieuwe ontwikkeling in Pulchri, de vereniging waar Sierk na de oorlog lid van werd. Hij had een groot aandeel in de wederopbouw van Pulchri na de oorlog. Hij hielp met het opzetten van het weduwen- en wezenfonds.

Morgen wordt Sierk 95.
Wij allen, zoals we hier zijn, vieren dit vandaag mee.

De gemeente Wassenaar heeft hem de tentoonstellingsmogelijkheid gegeven als eerbewijs voor deze bekende Wassenaarse schilder. Sierk maakte van deze gelegenheid gebruik door een zeer bijzondere tentoonstelling aan ons te bieden die hij de titel mee heeft gegeven: In huiselijke kring.
Het is werk, gemaakt tijdens de ruim 60 jaar dat Sierk in Wassenaar woont in het romantische huis met atelier aan de Papeweg, dat in 1926 werd gebouwd door de architect Van Traa voor de schilder Chris de Moor die er tot 1935 woonde en werkte. Sierk en Miesje konden dit toen huren van De Moor voor 55 gulden er maand!

Sierk Schröder laat zich nooit leiden door trends, aldus Willemijn Kreeftenberg in een uitgave in 1990. Hij vernieuwde zich in zijn kunst door kleur- en materiaalexperimenten en het verfijnen van zijn beeldtaal. Het was zijn streven de vormvastheid van de Renaissance te combineren met de poëzie van het laat-Impressionisme. Daarin is hij in zijn werk voorbeeldig geslaagd en onderscheidt hij zich thans op eenzame hoogte. Wat hem raakt geeft hij aan door een beweging, een kleuraccent, ogenschijnlijk eenvoudig maar met groot artistiek inzicht en gevoel. Het in de fijnste nuances in beeld brengen van het menselijke figuur en gelaat getuigt van virtuositeit.

Deze tentoonstelling In huiselijke kring omvat werk dat bestaat uit onderwerpen die in en om het huis werden en worden aangetroffen. Zoals Sierk zelf zegt: het is dus werk dat je maakt alleen voor je eigen plezier en zonder bedoelingen. Het laat een andere kant van je zien. Het zijn portretten van de kinderen, het prachtige portret van de moeder van Sierk, de natuur om het huis, de uitzichten op wat er groeit en bloeit, werken van vroeger en van kort geleden, want nog steeds hanteert Sierk zijn schetsboek.
Ons wordt een blik gegund in de eigen collectie van de familie Schröder, werken die voor een deel vandaag voor het eerst worden getoond.

Sierk zei eens: ik ben geen kunstenaar van mijn vak, ik ben schilder. Ik voeg daaraan toe: maar dan wel een schilder die van al zijn werken toch steeds opnieuw weer kunstwerken maakt.

Wij mogen ons gelukkig prijzen Sierk in ons midden te weten. Ik spreek de wens uit - en ik weet zeker namens u allen - dat Sierk, in goede gezondheid, van zijn familie, zijn huis en van zijn unieke talenten mag blijven genieten.
Hiermee verklaar ik de tentoonstelling voor geopend.

J. Poort, Wassenaar, april 1998

Opmerking Stichting Sierk Schröder:
Ir. Johan Poort is bekend als kenner en verzamelaar van het werk van de schilder W.H. Mesdag

Sierk, Miesje en Johan Poort op 5 april 1998 in De Paauw

Uit het archief van de Stichting Sierk Schröder